Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
Vondsten in Azië
Het was een Nederlander, Eugene Dubois, die de eerste Aziatische fossielen in Indonesië vond. Sindsdien zijn er ook in China veel fossielen gevonden. De bekendste van deze zijn de Peking mens fossielen. Maar er zijn er meer.


Een mysterieuze verdwijning Terug naar China. Terwijl Von Koenigswald in Beijing was werd de dreiging van het Japanse offensief steeds sterker. Zij maakten daarbij handig gebruik van de tweedeling in China de interne strijd tussen de nationalisten van Tjsang Kai-sjek en de communisten van Mao Tse-toeng.

Het veldwerk in Zhoukoudian werd om deze reden gestopt en Weidenreich maakte al plannen om China te verlaten. Von Koenigswald keerde terug naar Java en bleef daar veldwerk doen. In 1941 werd het Weidenreich te heet onder de voeten. Als Jood was terugkeer naar Duitsland geen optie. Hij aanvaarde een positie als gastdocent bij het American Museum of Natural History in New York en vertrok. Voor zijn vertrek had Weidenreich nog wel alle fossielen gefotografeerd en nauwkeurig beschreven. Hij liet zijn assistent Hu Chengzhi afgietsels maken van de fossielen die hij meenam naar Amerika. De fossielen zelf nam hij niet mee, het plan was om deze via de Amerikaanse ambassade naar Amerika te laten vervoeren.

De fossielen verlieten Beijing op 5 december 1941 onder begeleiding van een groep Amerikaanse mariniers. 7 december zouden zij China verlaten aan boord van de S.S. President Harrison. Mensen die de geschiedenis een beetje kennen zullen deze datum herkennen, op 7 december 1941 viel Japan de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor aan, daarmee Amerika de oorlog verklarend. Diezelfde dag werden de mariniers gevangen genomen. Sindsdien is er nooit meer iets van de Pekingmens fossielen vernomen.

Waar de fossielen zijn gebleven is een raadsel. De Japanners hadden ze kennelijk niet, zij deden na de arrestatie van de mariniers verwoede pogingen om de fossielen te vinden. Ze doorzochten het PUMC en de Amerikaanse ambassade, zonder resultaat. De S.S. President Harrison heeft rechtsomkeer gemaakt zonder af te meren in China, ze kunnen dus niet aan boord gesmokkeld zijn. De meest wilde geruchten doen de ronde over het lot van de fossielen, maar alle zoektochten en uitgeloofde beloningen voor de gouden tip ten spijt, de fossielen zijn nooit meer teruggevonden.

Terwijl Weidenreich in New York zat was Von Koenigswald nog steeds op Java. Hij werd er door de Japanners gevangen genomen en verbleef de rest van de oorlog in een gevangenkamp.


Na de oorlog Na de capitulatie van de Japanners kwam Von Koenigswald vrij. Weidenreich spoorde hem op en zorgde er in 1946 voor dat Von Koenigswald naar New York kwam. Intussen zochten de geallieerden in Tokio alle musea en universiteiten af op zoek naar de Peking mens fossielen. Ze vonden ze niet, maar wel vonden ze een van de schedels van Von Koenigswald die, zo bleek, als verjaardagscadeau naar de Japanse keizer was gestuurd. Weidenreich had tijdens de oorlog niet stil gezeten. Hij had zijn uitgebreide beschrijving van de Peking mens fossielen afgerond en was bezig met een theorie over de ontwikkeling van Homo sapiens. Weidenreichs theorie stelde dat Homo sapiens niet op een plaats ontstaan was, maar dat de verschillende rassen die we vandaag kennen op verschillende plaatsen waren geëvolueerd. Pithecantropus zag Weidenreich als de voorouder van de Aziatische rassen. Hij stelde dan ook dat de Pithecanthropus fossielen eigenlijk tot het geslacht Homo behoorden. Hij noemde ze dan ook vanaf dar moment Homo erectus, de naam die we nu nog steeds hanteren. Weidenreichs theorie vormt de basis van wat we tegenwoordig de Multi Regionality theorie noemen.

Na de oorlog werden er in Zhoukoudian weinig vondsten meer gedaan. De gloriedagen van de grot waren voorbij. Weidenreich stierf in 1948 op 75 jarige leeftijd.


The Flower People In de jaren vijftig werd een van de meest opmerkelijke Neanderthal vondsten gedaan. In de Shanidar grot uitkijkend op de Zab rivier in het noorden van Irak vond een team onder leiding van Ralph Solecki de fossielen van negen individuen.

Een van de Neanderthalers, Shanidar I, had een onderontwikkeld schouderblad. Dat betekent dat deze man van kinds af aan zijn rechterarm niet kon gebruiken. Ook was deze man blind aan zijn linkeroog en had hij last van reuma. Shanidar I was ongeveer 40 jaar oud toen hij overleed en dat is ontzettend oud voor een Neanderthaler, vergelijkbaar met iemand van 80 vandaag de dag. Het was duidelijk dat deze arme Neanderthaler niet voor zichzelf kon zorgen. Hij was dus afhankelijk van de steun van zijn familie om te kunnen overleven.

Onder het lichaam van een ander individu werd stuifmeel gevonden. De hoeveelheid stuifmeel was zodanig dat het niet per toeval in het graf terecht zou kunnen zijn gekomen. Solecki zag hierin het bewijs dat de familie van deze persoon bloemen in het graf had gelegd. In de media werden de Shanidar Neanderthalers meteen de Flower people genoemd. Flower Power zon 50.000 jaar geleden.

Uit nader onderzoek bleek dat veel van de organische resten in het graf afkomstig waren van bloemen en planten die we tegenwoordig in medicijnen gebruiken.. Zou het kunnen dat de Neanderthalers op de hoogte waren van de mogelijke medicinale toepassingen van deze bloemen en planten?

Hoewel er aan de bloemen theorie tegenwoordig getwijfeld wordt, geeft de Shanidar vondst ons wel een heel ander beeld van de Neanderthalers. Het oude beeld van de Neanderthaler als een domme bruut werd vervangen door een veel menselijker plaatje. De Neanderthalers zorgden voor elkaar, rouwden om hun doden en hadden mogelijk zelfs begrafenis rituelen.


Niah Cave Tom Harrisson kwam voor het eerst op Borneo tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Hij werd als lid van de Engelse SOE (Special Operations Executive) gedropt in de oerwouden van de Sarawak regio om daar onder de lokale bevolking een gewapende opstand te organiseren. Harrisson terroriseerde gedurende de rest van de oorlog, met een ondergronds legertje inheemse rebellen en zeer beperkte middelen, het Japanse bezettingsleger. Na de oorlog bleef Harrisson in Sarawak, dat in het Maleisische deel van Borneo ligt. Hij werd er curator van het Sarawak museum. Harrisson beschouwde zijn functie als curator niet als een kantoorbaantje. Hij trok er op uit om opgravingen te doen. In 1957 begon hij opgravingen in de Niah grot. De Niah grot heeft een enorme omvang, de vloeroppervlakte is ongeveer 10 hectare en het plafond is op sommige plaatsen 75 meter hoog.

De Niah grot stond bekend als een oude begraafplaats, de oudste graven die Harrisson vond waren ongeveer 4000 jaar oud waren. Het team van Harrisson groef diverse diepe putten. Onder in een van deze putten werd een schedel gevonden. Op ongeveer dezelfde diepte vond men ook stenen werktuigen en de as van een kampvuur. De as kon door middel van Radiokoolstof datering worden gedateerd op 40.000 jaar oud. Harrison was echter geen professionele archeoloog en hij had moeite met het dateren van de diverse statiegrafische lagen. Harrissons datering was veel vroeger dan die van moderne mensen in Europa en werd daarom eerst niet geaccepteerd. Tegenwoordig is de datering veel minder controversieel, alhoewel het door Harrissons techniek, het graven van diepe putten, nog steeds met moderne technieken niet mogelijk is de datering onafhankelijk van de as te verifiëren.


De jaren '60 en '70 De jaren 60 en 70 werden grotendeels gedomineerd door vondsten uit Afrika, maar ook in Azië werden er fossielen gevonden. Zo ontdekte de Indonesische paleontoloog Sastrohamidjojo Sartono in 1969 de vrij complete schedel Sangiran 17. De schedel lijkt op de eerdere Java mens fossielen, maar is veel robuuster. Mogelijk gaat het hier om een man en zijn de eerder gevonden fossielen van vrouwen. De robuustheid van de botten wordt door de aanhangers van de Multi-regionality theorie vaak vergeleken met de botten van de huidige Aboriginals in Australië. Zij zien Sangiran 17 als de voorouder van deze moderne populatie.

Naast deze nieuwe Java mens, waren er ook toevoegingen aan de Peking mens collectie. In 1966 werd er opnieuw in Zhoukoudian een schedeldak gevonden. Uit later onderzoek bleek dit fossiel te behoren bij een van de oorspronkelijke Peking mens fossielen, waar nu natuurlijk alleen nog maar afgietsels van zijn.

In 1978 werd in Dali, in de Chinese Shaanxi provincie een gedeeltelijke schedel gevonden. De schedel was vervormd en beschadigd in de honderdduizenden jaren dat het in de grond had gelegen, maar had duidelijk moderne trekken. De Dali schedel heeft een prominente wenkbrauwboog en een vrij lange hersenpan, hij roept daarbij een vergelijking op met een schedel uit Kabwe, Zambia die tegenwoordig tot Homo heidelbergensis wordt gerekend.

Gedurende jaren 60 en 70 werden er op veel meer plaatsen in China menselijke fossielen gevonden, maar deze zijn in veel gevallen fragmentarisch en slecht beschreven.


Amud en Kebara In 1961 in de Israëlische grot Amud een vrij compleet skelet van een Neanderthaler werd gevonden. Het ging om een reus voor Neanderthal begrippen: 1,74 meter lang. Amud I, zoals het skelet wordt aangeduid is daarmee met gemak de langste Neanderthaler die ooit gevonden is en met zijn 40.000 jaar oud, een van de jongste Neanderthal fossielen die tot nu toe in het Midden-Oosten gevonden is.

Tegenwoordig spreekt men van twee variaties bij de Neanderthalers. Aan de ene kant heb je de klassieke Neanderthalers uit Europa, met een zeer gedrongen postuur en een dikke wenkbrauwboog. Aan de andere kant heb je de Neanderthalers uit het Midden-Oosten die wat slanker gebouwd zijn, minder dikke wenkbrauwboog en een duidelijke kin. De laatste groep wordt als meer ontwikkeld gezien.

Zon twintig jaar na de vondst van de Amud fossielen werd in Kebara, eveneens in Israël een skelet gevonden. Het skelet is op de schedel en de onderbenen na bijna compleet. Moshe, zoals het skelet genoemd wordt is zelfs het meest complete skelet van Neanderthaler dat ooit gevonden is. Wat heel bijzonder is, is dat het tongbeen van dit individu bewaard gebleven is. Het tongbeen is een stukje bot wat aan de basis van de tong gelegen is en wat zeer belangrijk is bij spraak. Het tongbeen van Moshe lijkt erg veel op dat van moderne mensen. Het is dus heel goed mogelijk dat hij en natuurlijk de andere Neanderthalers konden spreken. Dit betekent echter niet automatisch dat de Neanderthalers ook taal hadden en net zo communiceerden als wij. Wetenschappers achten dat niet waarschijnlijk. Toch wijst de Kebara vondst er op dat Neanderthalers erg veel op ons lijken.


Dmanisi In 1936 begonnen er opgravingen in het middeleeuwse stadje Dmanisi in Georgië. Dmanisi lag op een kruispunt van de zijderoutes waarlangs eeuwen lang goederen werden verscheept tussen Azië en Europa. Het doel van de opgravingen was dan ook om van die periode in de Georgische geschiedenis meer te weten te komen. In de loop der jaren werden er ook fossielen gevonden. In 1983 herkende een paleontoloog een van deze fossielen als dat van een uitgestorven neushoorn soort: Dicerorhinus etruscus etruscus. Dat betekent dat er lagen waren ontdekt uit het vroege Pleistoceen (2 1,5 miljoen jaar oud). Het volgende jaar werden stenen werktuigen gevonden. Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991 kreeg het Georgische team steun vanuit het westen. In de tien jaar daar op werden er steeds meer fossielen gevonden. In eerste instantie werden deze fossielen in Homo erectus geplaatst. Vooral na de vondst van een nieuwe schedel in 2001 concludeerde het team dat de fossielen afwijken van Homo erectus. Op de site van het team plaatsen zij de fossielen nu in Homo ergaster, maar wellicht gaat het hier om een nieuwe soort.


De huidige stand van zaken Samenvattend zijn er, naast Homo sapiens, in Azië drie verschillende menselijke soorten gevonden. In Israël vinden we in Tabun, Amud en Kebara Neanderthalers. Op datzelfde moment leefden er ook moderne mensen in Israël en het is dus goed mogelijk dat de twee menselijke soorten elkaar tegenkwamen. Uit de Kebara vondst blijkt dat deze Neanderthalers konden spreken, dat is echter niet hetzelfde als het hebben van een taal. Wetenschappers achten het niet waarschijnlijk dat Neanderthalers taal hadden.

De Israëlische Neanderthalers zijn van het progressieve soort, dat wil zeggen dat ze minder gedrongen en robuust zijn dan hun Europese, klassieke, soortgenoten. Deze zelfde Neanderthalers vinden we terug in Irak, in Shanidar. De Shanidar vondsten geven ons een blik in de wereld van de Neanderthalers, ze zorgden voor elkaar en hadden mogelijk (beperkte) rituelen.

Niet ver van Irak, in Georgië, vinden we de oudste vindplaats van hominiden buiten Afrika. De soort die hier gevonden werd is mogelijk Homo ergaster of wellicht een nieuwe soort.
In het verre oosten vinden we Homo erectus. Het oordeel over deze soort is nog niet uit. Sommigen zien hem als een doodlopend spoor. Net als de Neanderthalers in Europa, zou Homo erectus een van de primitieve mensen zijn die bij een vroege migratie Afrika verlieten en later door Homo sapiens verdreven of vervangen werden. Andere wetenschappers zien in Homo erectus de voorouders van de oorspronkelijke bewoners van Australië, de Aboriginals.

In december van 1996 meldde een team onderzoekers van het Berkeley Geochronology Center in Berkeley (V.S.) dat zij konden bewijzen dat Homo erectus populaties en moderne mensen 50.000 jaar lang gelijktijdig leefden. Ze baseren hun conclusies op dateringen die zij hebben gedaan van dierentanden die zij in hetzelfde laag hebben gevonden als waarin 20 jaar eerder erectus fossielen zijn gevonden. De tanden werden gedateerd op ongeveer 27,500 jaar oud Critici zeggen dat overstromingen in de regio de erectus fossielen waarschijnlijk in een jongere laag hebben gespoeld.