Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
Nieuwe Georgische fossielen klein van stuk
september 2007

Wetenschappers denken dat nieuwe fossielen die zijn gevonden bij een middeleeuws kasteel een cruciaal gat vullen in het verhaal van onze evolutie. De 1,77 miljoen jaar oude skeletten werden gevonden in Dmanisi in de Republiek Georgië. De vondst wordt deze week beschreven in Nature.

De fossielen behoren tot drie volwassenen en een tiener en worden gerekend tot de soort Homo erectus, de eerste menselijke soort die het Afrikaanse continent verliet. Uit de vondst blijkt dat deze individuen bijzonder veel primitieve eigenschappen bezaten en daarmee behoorlijk afwijken van andere erectuspopulaties die bekend zijn van andere vindplaatsen.

De wetenschappers beschrijven de hominiden als wezens met kleine hersenen die vlees aten en regelmatig in bomen doorbrachten en zowel aapachtige als menselijke kenmerken hadden. “Als dit inderdaad Homo erectus is, dan is het de meest primitieve en de oudste groep die we kennen,” vindt David Lordkipanidze van het Georgische nationaal museum die het onderzoek leidde. De nieuwe vondst is een van vele die werd gevonden in het fosielrijke Dmanisi. De vindplaats werd ontdekt tijdens archeologische opgravingen in het nabijgelegen middeleeuwse kasteel in 1991.

Kleine hersenen - De nieuwgevonden fossielen tonen aan dat de Dmanisi hominiden klein van stuk waren en opvallend kleine hersenen hadden vergeleken met de vroege Homo erectus uit Afrika. Het team schat dat de individuen tussen 1,45 en 1,66 meter groot waren en 40 tot 50 kilo wogen. De armen en benen van de nieuwe fossielen doen erg aapachtige aan.

“De handen waren zeer goed aangepast voor het leven in bomen,” zei Lordkipanidze over de 4 nieuwe vondsten. Volgens hem sliepen de wezens waarschijnlijk ‘s nachts in bomen ter bescherming. Volgens de onderzoekers had de soort ook moderne eigenschappen zoals lange benen en een ruggengraat die geschikt was voor het afleggen van lange afstanden, wandelend of rennend. Deze menselijke voorouders leken proportioneel ook meer op ons dan de eerdere voormenselijke soorten.

Fossiele vondsten van Dierlijke resten op de vindplaats laten zien dat in de omgeving veel verschillende dieren leefden als hyena’s, wolven, beren, herten en giraffes. Ook vond het team een aantal schedels van sabeltandtijgers. Het team denkt dat de karkassen van dieren die door deze roofdieren werden gedood was mogelijk een belangrijke bron van vlees voor deze voorouders.

“De Dmanisi mensen volgden mogelijk als aaseters,” denkt Lordkipanidze. Maar hij voegde daar aan toe dat het ook mogelijk is dat deze hominiden zelf op groot wild jaagden. Fossiele beenderen en andere resten vertonen sporen van stenen werktuigen waaruit blijkt dat deze voorouders in ieder geval sommige dieren slachtten voor het vlees.

Een andere leefomgeving – Het kleinere lichaam van de Dmanisi voorouders en de kleinere hersenen zijn moeilijk te verklaren, vindt Daniel Lieberman van de Harvard universiteit, die overigens niet betrokken was bij het onderzoek. Lieberman schrijft in een bijgevoegd stuk in Nature dat één mogelijkheid is dat de Dmanisi’s kleiner waren omdat zich hadden aangepast aan een andere leefomgeving. Een andere mogelijkheid is dat het om een andere soort gaat.

Hij schrijft: “Mijn vermoeden is dat de Dmanisi en vroege Afrikaanse Homo erectus fossielen verschillende populaties zijn van één enkele, zeer gevarieerde soort”.

Volgens Lordkipanidze kan deze variatie betekenen dat de eerste menselijke voorouders Afrika veel eerder verlieten dan tot nu toe werd aangenomen en dat de nieuwe fossielen tot een veel oudere Homo erectus vorm behoren. Een andere bekende wetenschapper op dit gebied, Erik Trinkaus, vindt de fossielen eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. De primitieve eigenschappen die door het onderzoek genoemd worden vallen binnen mate van variatie die in menselijke voorouders wordt gezien, vindt hij.

“Het waren kleine mensen, met kleine hersenen – Dat verbaasd mij niet echt,” aldus Trinkaus. “We hebben andere exemplaren van Homo erectus die niet veel groter zijn”.
Trinkaus was het wel eens met de stelling dat de hominiden waarschijnlijk in bomen sliepen: “Als je een primaat bent en je slaapt op de grond, dan wordt je de volgende ochtend niet meer wakker”. Maar: “Wat duidelijk is, is dat de complete anatomie gericht is op het lopen op de grond”.

Volgens Trinkaus stelden veranderingen in het klimaat de menselijke voorouders in staat om hun reikwijdte uit te breiden tot buiten Afrika.

“Het is duidelijk dat er iets gebeurde waardoor de menselijke voorouders in staat waren om gevarieerdere en meer seizoensgebonden omgevingen te exploiteren, iets wat we relateren aan de verschijning van Homo erectus”, aldus Trinkaus

“Het Dmanisi materiaal is één heel rijk voorbeeld hiervan”.


Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van: