Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
De Wateraap Theorie (Aquatic Ape Theorie)
Een uittreksel van de originele Aquatic Ape Theorie, deze theorie ligt aan de basis van een aantal theorieën, zoals de Amfibische Mensaap Hypothese, die suggereren dat de mens een tijd lang een zeedier is geweest.

Geschreven door: Elaine Morgan




Lopen op twee benen Mensen zijn de enige zoogdieren ter wereld die gewoon zijn op twee benen lopen. ( Het enige andere dier dat rechtop loopt is een watervogel, de pinguïn.) Het is niet vreemd dat tweebenigheid zo zeldzaam is. Vergeleken met het lopen op vier benen heeft het vele nadelen. Het is langzamer, minder stabiel, het leren ervan kan jaren duren, en bovendien stelt het onze kwetsbare organen bloot aan vijandelijke roofdieren. Wij lopen al vijf miljoen jaar zo, en in die tijd zijn onze lichamen drastisch aangepast om het lopen te vergemakkelijken, maar het is nog steeds de oorzaak van vele ongemakkelijkheden en zelfs aandoeningen zoals rugpijn, spataderen, aambeien, hernia's en complicaties bij de geboorte. Het zou het leven van onze voorouders een stuk moeilijker en arbeidsintensiever hebben gemaakt; slecht een enorme druk zou hen hebben kunnen bewegen een manier van lopen aan te nemen voor welke wij in beginsel niet geschikt waren.

Een hypothese was altijd dat wij mensen eerst onze grotere hersenen ontwikkelden, daarna gereedschappen begonnen de maken en uiteindelijk op onze achterpoten gingen lopen zodat wij onze handen vrij hadden om wapens te dragen. Vandaag de dag weten we echter dat tweebenigheid eerst kwam en daarna pas de ontwikkeling van grotere hersenen en het maken van gereedschappen.

Echter indien het leefgebied van onze voorouders overstroomd werd zouden zij worden gedwongen om op twee benen te lopen als zij op de bodem stonden, anders konden zij niet ademen. Het enige dier dat ooit een bekken als het onze ontwikkelde, geschikt voor tweebenigheid, is de reeds lange tijd uitgestorven Oreopithecus oftewel de moeras aap.
Vandaag de dag zijn er naast mensen nog twee andere primaten die, regelmatiger dan anderen, op de grond op twee benen lopen. De ene is de probiscis aap die in de mangrove moerassen van Borneo leeft. De andere is de Bonobo ook wel pygmee chimpansee genoemd; de leefomgeving van de laatste omvat onder andere grote delen seizoensgewijs overstroomd bosland, welke zelfs nog groter kan zijn geweest voordat het Afrikaanse klimaat droger werd. Alle twee de soorten houden van water. Het is interessant te weten dat bonobo's vaak paren met de gezichten naar elkaar toe, net als bij mensen; in ons geval wordt het verklaard als zijnde een consequentie van tweebenigheid. Het paren op deze wijze is een ander kenmerk dat heel zeldzaam is onder land zoogdieren, maar welke wij delen met water zoogdieren als dolfijnen, bevers en zeeotters. Wat wij met die dieren gemeen hebben is een manier van voortbewegen in welke de ruggengraat en de achterste ledematen in een rechte lijn zitten, en dat heeft weer consequenties voor de geslachtsorganen.


Pinguïns en Bonobo's

Ademhalen Het menselijke ademhalingssysteem verschilt van dat van alle andere land zoogdieren op twee manieren. Het eerste is dat wij onze adem bewust kunnen regelen. In de meeste zoogdieren is deze actie onvrijwillig, net als het pompen van het hart of de spijsvertering. Vrijwillige ademhaling lijkt een aanpassing voor het leven in het water omdat het, behalve bij ons zelf, alleen in water zoogdieren voorkomt als zeehonden en dolfijnen. Als deze dieren besluiten hoe diep zij gaan duiken, kunnen zij ongeveer schatten hoeveel lucht zij dienen in te ademen. Zonder deze controle over onze ademhaling, is het erg onwaarschijnlijk dat wij ooit hadden kunnen leren spreken.

De andere menselijke eigenaardigheid noemt men "de verlaagde larynx". Een land zoogdier is meestal verplicht om vaak door zijn neus te ademen omdat zijn luchtpijp langs de achterkant van zijn keel loopt, het bovenste gedeelte daarvan ( de larynx ) komt uit op de achterkant van de neusholte. Een hond bijvoorbeeld moet moeite doen om zijn larynx te verlagen zodat hij kan blaffen, als hij ontspant gaat de larynx weer omhoog. Zelfs onze pasgeboren baby's hebben dit. Een paar maanden na de geboorte begint de larynx te in de keel te dalen, tot een punt vlak onder de achterkant van de tong. Darwin vond dit heel vreemd omdat het betekent dat de opening naar de longen precies naast de opening van de maag ligt. Dit heeft tot gevolg dat eten en drinken ons soms "in het verkeerde keelgat schiet". Als wij niet een ingewikkeld systeem van slikken hadden ontwikkeld zou dat iedere keer gebeuren. Dit alles betekent dat wij net zo gemakkelijk door onze mond kunnen ademhalen als door onze neus. Het is zeer waarschijnlijk dat dit een aanpassing is voor leven in water omdat een zwemmer die heel snel een hap lucht moet nemen, sneller adem kan halen door de mond dan door de neus. We weten dat de enige dieren die verplicht door de mond moeten ademen vogels zijn die veel onder water duiken zoals pinguïns, pelikanen en meeuwen. Bij de zoogdieren zijn de enige dieren met een verlaagde larynx, behalve wij zelf dan, waterdieren de zeeleeuw bijvoorbeeld.


Dieren die door hun mond ademen

Andere verschillen Het is onmogelijk om in een korte schets alle fysieke verschillen die ons van de apen onderscheiden te behandelen, maar een paar zijn toch de moeite waard. Bijvoorbeeld wij zweten op een andere manier dan andere zoogdieren, wij gebruiken andere klieren. Het is zonde van de essentiële lichaamsstoffen water en zout. Het is hierdoor erg onwaarschijnlijk dat wij deze op de savanne hebben ontwikkeld waar vaak een gebrek is aan water en zout. We huilen tranen van emotie, hiervoor gebruiken wij andere zenuwen dan diegenen die onze ogen doen tranen als er rook of stof in komt. Geen enkel ander land dier doet dit. Er zijn echter zeevogels, zee reptielen en zee zoogdieren die water door hun ogen naar buiten brengen, of door speciale klieren in hun neus, als ze teveel zeewater hebben binnen gekregen. Dit proces kan echter ook in gang worden gezet bij grote emotionele opwinding veroorzaakt door voeden of vechten of frustratie. Tot de huilende dieren behoren, naast wij zelf, de walrus, de zeehond en de zee otter.

Wij hebben miljoenen vetklieren die olie over ons gezicht en lichaam uitzweten, in jonge volwassenen zorgt dit vaak voor acne. De vetklieren van een chimpansee worden aangemerkt als een overblijfsel, terwijl die van ons kunnen worden aangemerkt als zijnde enorm. Het doel hiervan is niet duidelijk. In andere dieren is de enige bekende functie van vet het waterdicht maken van de huid of vacht.

Het meest besproken contrast tussen onszelf en de mensapen is dat wij grotere hersenen hebben. Grotere hersenen kan wel een voordeel zijn geweest voor de eerste mensen, maar het zou evengoed een voordeel kunnen zijn voor de chimpansee: de vraag is waarom slechts een van ons zulke hersenen ontwikkeld heeft. Een factor in dit proces kan voeding geweest zijn. Het bouwen van hersenweefsel is, anders dan lichaamsweefsel, afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende Omega-2 vetzuren, deze zuren komen heel veel voor in de voedselkring in de zee terwijl ze zeer schaars zijn in de voedselkring op het land.

AAT is de enige theorie die op een logische wijze elk van deze raadselachtige kenmerken met elkaar verbindt en ze koppelt aan een enkele gebeurtenis in het verleden waar ook een goede verklaring voor te geven is.


Huilende zoogdieren

De tijd en de plaats Het is nu algemeen aanvaard dat de splitsing tussen mensen en mensapen tussen 7 en 5 miljoen jaar geleden plaats vond, in een periode die wel het fossiele gat genoemd wordt. Voor die periode leefde een dier dat de gezamenlijke voorouder van mensen en mensapen was. Daarna ontstond er een wezen dat kleiner was dan wij, maar dat een onmiskenbaar kenmerk bij zich droeg van de eerste stap in de richting van de menselijke status: het liep op twee benen. Dit alles roep twee vragen op: "Waar werden die eerste fossielen gevonden?" en "Weten wij ook of er daar iets gebeurd is dat er voor gezorgd kan hebben dat wij mensen een andere evolutionaire lijn gingen volgen dan de mensapen?"

De oudste voor-menselijke fossielen ooit gevonden ( waar ook de meest bekende, "Lucy", toe behoorde ) worden Australopithecus afarensis genoemd omdat hun botten werden gevonden in de Afar triangel. [red: er zijn inmiddels nieuwe ontwikkelingen, zie Afrika] De Afar triangel is een laaggelegen gebied vlakbij de rode zee. Zo'n 7 miljoen jaar geleden werd dat gebied overstroomd door de zee en werd de Zee van Afar. Een deel van de apen populatie die toen in dat gebied leefden zagen hun leefgebied radicaal veranderen. Sommigen van hen zouden gesoleerd kunnen zijn geraakt op een uit de kust gelegen eiland - het gebied wat vandaag de dag de Dankil Alpen wordt genoemd was eens door water omgeven. Andere apen kunnen geleefd hebben in overstroomde bossen, zout moerassen, mangrove moerassen, lagunes of aan de kust van de nieuwe zee. In dat geval hadden zij de keuze: aanpassen of uitsterven.


fossielen uit Afar


De AAT zegt dat enkele van hen dit alles overleefd hebben en zijn begonnen zich aan te passen aan hun nieuwe, waterrijke, leefomgeving. Veel later, toen de Zee van Afar door land omgeven werd en uiteindelijk opdroogde, begonnen hun nakomelingen aan de terugtocht naar het Afrikaanse vasteland. Zij begonnen in de zuidelijke richting te trekken, tegen de stroom in de waterwegen van de Grote Rift Vallei volgend. Er is niets in het fossielen archief te vinden wat dit scenario tegenspreekt, sterker nog er is veel wat er voor pleit. Lucy's botten werden in Afar gevonden tussen de botten van krokodillen, de eierschalen van schildpadden en de scharen van krabben op de rand van een overstroomd gebied dat destijds aan de Afrikaanse kust zou hebben gelegen. Andere, jongere, fossielen van Australopithecus zijn zuidelijker gevonden, bijna altijd in de buurt van prehistorische meren en rivieren. [red: het fossilatie proces vereist dat de betreffende botten vrij snel door sediment overdekt worden, botten die in het water terecht komen worden door modder overdekt. Dit kan ook een reden zijn waarom zoveel fossielen in de buurt van het water worden gevonden.]

Wij weten nu dat de verandering van aap naar Australopithecus in een relatief korte tijd gebeurt is. Zo'n snelle verandering is bijna altijd een teken dat de soort gesoleerd is geraakt door een geografische barrière, bijvoorbeeld een watermassa.


De 'Ja' in de derde kolom slaat op de Bonobo's, de 'Ja' in de
vierde kolom slaat op neushoorns en olifanten

De waterrijke fase vond plaats meer dan 5 miljoen jaar geleden. Sinds die tijd heeft  Homo 5 miljoen jaar de gelegenheid gehad zich opnieuw aan de passen aan het leven op het droge. Het is niet verassend dat de aanpassingen voor het water gedeeltelijk zijn weggevallen en voor lange tijd niet als zodanig zijn herkent. De sporen zijn echter nog altijd aanwezig zoals de bovenstaande tabel aantoont.


Links de Afar triangel, rechts vindplaatsen in Afrika