Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
Nieuwe Ethiopische fossielen leveren bewijs voor nieuwe soort
maart 2004

Nieuwe fossielen uit Ethiopië verstevigen de positie van de 3 jaar geleden aangekondigde soort Ardipithecus ramidus.



BERKELEY – Paleoantropologen van de universiteit van Californië in Berkeley en van het Natuurhistorisch Museum in Cleveland hebben fossielen gevonden van een bijna 6 miljoen jaar oude menselijke voorouder, van welke de eerste fossielen drie jaar eerder werden aangekondigd. Hiermee verstevigen zij het belang van de soort als de eerste hominide die verscheen na de afsplitsing van de chimpansee lijn.


Toen de soort voor het eerst aangekondigd werd in het tijdschrift Nature in 2001, werden de fossielen Ardipithecus ramidus kadabba genoemd, een subsoort van een jongere hominide soort Ardipithecus ramidus, die eveneens in de Middle Awash regio in Ethiopië werd gevonden. De nieuwe fossielen – zes tanden – leveren genoeg bewijs voor de stelling dat het hier toch om een aparte soort gaat, dus Ardipithecus kadabba in plaats van een subsoort Ardipithecus ramidus.
 

“Ardipithecus kadabba zou wel eens de eerste soort kunnen zijn op de menselijke lijn na de evolutionaire afscheiding van de lijnen die naar de moderne chimpansees en die die naar de mens leiden,” zei Yohannes Haile-Selassie, curator en hoofd van de afdeling fysieke antropologie van het museum in Cleveland.
 

Haile-Selassie en coauteurs Tim White van de Berkeley universiteit en Gen Suwa van het museum van de universiteit van Tokio rapporteerden hun vondst in de uitgave van 5 maart van het tijdschrift Science.
 

Tussen 1997 en 2000 legde Haile-Selassie 11 hominide fossielen bloot van tenminste vijf individuen die eens in een bosrijk landschap leefden waar de omgeving nu droog en rotsachtig is, in de Afar driehoek midden in de Ethiopische Middle Awash regio. Samen met White en geoloog Giday WoldeGabriel van het Amerikaanse Los Alamos National Laboratory, interpreteerde hij de beenderen als die van een tweebenige hominide ter grootte van een chimpansee die tussen de 5,2 en de 5,8 miljoen jaar geleden leefde.
 

De zes tanden werden gevonden tijdens een maand lange afgraving op een locatie die Asa Komo (Rode heuvel) Locality 3 werd genoemd. Deze locatie had eerder al een deel van een arm en een enkele tand opgeleverd. Asa Koma is gelegen aan de westelijke grens van het onderzoeksgebied zo’n 290 kilometer ten noordoosten van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
 

Onder de gevonden tanden bevinden zich een hoektand uit de bovenkaak, voorkiezen uit beide kaken en maalkiezen uit de bovenkaak. Alle tanden kwamen uit een geologische laag die tussen twee vulkanische lagen in zat. Deze vulkanische lagen konden worden gedateerd op respectievelijk 5,54 en 5,77 miljoen jaar oud. De datering werd verricht op het Berkeley Geochronology Center door Paul Renne, adjunct professor aard- en planetaire wetenschap aan de Berkeley universiteit.
 

Hoewel de wetenschappers slechts over 17 fossielen beschikken, waarvan de meeste tanden zijn, kunnen zij hier toch veel uit opmaken, bijvoorbeeld over hoe deze wezens leefden. De tanden in het bijzonder zijn van belang om te kunnen differentiëren tussen de fossielen van mens en chimpansee.
 

“In alle mensenapen – fossiele en moderne – worden de grote, slagtandachtige, uitstekende hoektanden als wapens gebruikt, en bij de meeste gebruiken de mannetjes ze in hun gevechten met rivalen om zo toegang te krijgen tot vruchtbare vrouwtjes,”. Aldus White. “De eerste hominiden hebben deze aanpassing niet, zij hebben veel kleinere hoektanden die geheel niet op die van chimpansees lijken.”
 

In de mensapen, slijpen de bovenste hoektanden constant langs de derde voorkiezen in de onderkaak om ze zo scherp te houden. Volgens White hebben mensen deze functionaliteit niet.
 

Volgens hem zijn de implicaties van dit verschil in gebitten dat de nieuw geëvolueerde hominiden in een totaal verschillende, minder strijdlustige sociale structuur leefden dan die die we zien bij moderne chimpansees. Antropoloog Owen Lovejoy stelde in de tachtiger jaren dat de afname van de hoektanden betekende dat de mannetjes meer betrokken waren bij het opvoedproces en dat het dragen van kinderen en voedsel sterke evolutionaire druk legde op deze hominide waardoor ze zich ontwikkelden in de richting van een spier- en skeletbouw die perfect was voor het lopen op twee benen. De nieuwe fossielen laten de meest primitieve hoektanden zien van alle eerder gevonden hominiden.
 

“We zien slijtagepatronen op de voorkiezen van Ardipithecus kadabba die we in A. ramidus niet zien,” zei Haile-Selassie. “We weten niet zeker of de A. kadabba individuen een functioneel slijpmechanisme hadden – we hebben maar een voorbeeld daarvan – maar wat we zeggen is dat de primitieve vorm en de aanwezigheid van dit patroon op de bovenste hoektand en de derde voorkies A. ramidus doet verschillen van A. kadabba, zodat we de laatste zien als een aparte soort.”
 

De onderzoekers geven aan dat er nog twee andere vindplaatsen zijn die fossielen hebben opgeleverd uit dezelfde periode, tussen de 5 en 6 miljoen jaar oud. Een groep fossielen, die in 2002 in Tsjaad werd gevonden, werd Sahelanthropus tchadensis gedoopt, de andere groep, die in Kenia werd gevonden in 2000, heet Orrorin tugenensis . Al deze fossielen komen zodanig overeen dat ze allemaal onder dezelfde soort, Ardipithecus kadabba, zouden moeten worden geplaatst vind het team.
 

Deze zienswijze wordt niet gedeeld door David R. Begun van de universiteit van Toronto. Hij werpt tegen dat de gebitten van A. kadabba, Sahelanthropus en Orrorin op een aantal belangrijke punten van elkaar afwijken. “In plaats van een enkele lijn van opvolging zou het [hominide] fossielenbestand uit het late Mioceen wel eens een integrerende uitspreiding kunnen laten zien vanuit een bronpopulatie in Eurazië of een nog niet ontdekte populatie in Afrika, de eerste van verschillende uitspreidingen die gedurende de evolutie van de mens heeft plaatsgevonden,” schrijft hij in een bijgevoegd commentaar. Maar de mate van onzekerheid over de fragmentarische fossielen die tot dusver bekend zijn maakt het onmogelijk de meningverschillen die leven tussen zij die denken dat er veel soorten zijn geweest en zij die denken dat er niet meer dan 1 of 2 menselijke soorten tegelijkertijd hebben geleefd bij te leggen. “De oplossing komt voor in de mantra van alle paleontologen,” concludeert hij. “We hebben meer fossielen nodig!"
 


Dit artikel is gebaseerd op een artikel van de universiteit van Californië, Berkeley.