De recente ontdekking van wat volgens wetenschappers het oudste lid van de menselijke evolutionaire stamboom is, heeft de studie naar de menselijke oorsprong op zijn kop gezet. Een team van onderzoekers, aangevoerd door Michel Brunet van de universiteit van Poitiers, schat dat het wezen, dat zij Sahelanthropus tchadensis hebben gedoopt, zo’n 6 a 7 miljoen jaar geleden leefde.
De onderzoekers noemen hun vondst Toumaï, wat “hoop op leven”
betekent in de taal van de Afrikaanse stam die in de omgeving
leeft.
De bijna complete schedel, samen met twee fragmenten van de
onderkaak en drie losse tanden die aan de nieuwe soort worden
toegewezen houden een aantal opmerkelijke verassingen. Ten
eerste bestaat de vondst uit een kleine hersenpan, vergelijkbaar
met hedendaagse mensapen, terwijl het gezicht en de tanden doen
denken aan die van de hominiden met grote herseninhoud die
ongeveer 1,75 miljoen jaar geleden leefden en zelfs in sommige
opzichten aan ons eigen geslacht Homo. Niemand had gedacht dat
de uiterlijke kenmerken van de laatstgenoemde groep- met name
een kort, relatief plat gezicht, een uitgesproken wenkbrauwboog
en kleine hoektanden— bij de eerste hominiden tegelijk
voorkwamen met een kleine aapachtige herseninhoud.
Een tweede verassing was dat Brunet en zij collega’s hun
ontdekking in Tsjaad deden, een land in centraal Afrika, dat ver
verwijderd is van de gerenommeerde fossiele vindplaatsen in
oost- en zuidelijk Afrika. Het lijkt erop dat, tussen 7 en 5
miljoen jaar geleden, de hominiden in meer geslachtslijnen en
over een groter gebied verspreid evolueerden dan voorheen door
wetenschapper werd aangenomen zegt antropoloog Bernard Wood van
de George Washington University in Washington, D.C.
“Dit is een ongelofelijke vondst,” vind antropoloog Daniel Lieberman van de Harvard universiteit. “De hominde-geslachten in oost- en zuidelijk Afrika blijken maar een klein deel te vormen van een ingewikkeld evolutionair proces.”
Volgens Brunets team is het moeilijk om te bepalen of Tournaï
een directe voorouder van de moderne mens is. Tournaï’s ongewone
anatomie onderscheidt het van chimpansees en gorilla’s en van
andere fossielen.
Midden in de woestijn groeven de onderzoekers verschillende
geologische tijdslagen af die waren blootgelegd door
zandstormen. Volgens het verslag dat zij schreven voor het blad
Nature, vonden zij fossiele resten van 42 verschillende
diersoorten in dezelfde laag als waarin zij ook de hominide
fossielen vonden. Onder deze diersoorten waren vissen,
krokodillen, schildpadden, nijlpaarden, apen, knaagdieren en
antilopen. Deze mix geeft aan dat de regio ooit bestond uit een
groot meer met bossen en lichtbeboste graslanden, aldus de
wetenschappers.
Het was niet mogelijk om een absolute leeftijd vast te
stellen voor de vindplaats omdat er geen vulkanische as werd
gevonden, wat meestal word gebruikt om dergelijke sites te
dateren. De geschatte leeftijd is afgeleid uit een vergelijk
tussen de gevonden diersoorten in Tsjaad en die van andere
Afrikaanse vindplaatsen die wel goed gedateerd konden worden.
Hoewel er een “grote diversiteit aan mensachtigen” evolueerde
in Afrika, is het onduidelijk of de vondst behoort tot de eerste
mensapen of toch tot de eerste hominiden zoals in het verslag
wordt beweerd, zegt antropoloog Christopher B. Stringer van het
British Museum in Londen. Als de schedel aan een vrouwtje
toebehoort, dan kan het gaan om een kleine versie van de
mannelijke schedels die we hebben gevonden van vroege mensapen,
is het van een mannetje, dan geven het kleine gezicht en de
kleine tanden op kracht aan de bewering dat het hier om een
vroege hominide gaat, aldus Stringer.
Brunets team denkt dat het om een mannetje gaat vanwege de
viziervormige wenkbrauwboog. Stringer vindt dat er eerst meer
van het onderlichaam gevonden moet worden om het geslacht te
kunnen bepalen en om te bepalen of Tournaï op twee benen liep,
een onderscheidend kenmerk van hominiden.
Dit artikel is gebaseerd op een artikel van:




