De eerste Australopithecus werd gevonden toen Raymond Dart, professor anatomie aan de universiteit van Witwatersrand een aantal dozen vol met fossielen kreeg toegestuurd. Dart had met de opzichter van de Taung leisteengroeves afgesproken dat, als er bij de afgravingen fossielen aan het licht zouden komen, hij die aan Dart op zou sturen.
![]() |
Bekijk een foto van
Dart en zijn Taung kind. |
Toen Dart de dozen onderzocht viel hem iets op. Dart was een expert op
het gebied van de hersenen, en in die doos zag hij een endocraniële
afdruk, oftewel een afdruk van de binnenkant van de hersenpan. De afdruk
zat vast in de specie uit de leisteengroeve, en Dart begon geduldig deze
specie weg te bikken. Toen Dart klaar was had hij in zijn handen de
endocraniële afdruk, de aangezichtsbeenderen en de onderkaak van een
aapachtig wezentje.
Dart dacht eerst dat het een jonge Baviaan was, maar na het fossiel
grondiger te hebben bestudeerd zag Dart dat de foramen magnum, het gat
in de schedel waar de wervelkolom door heen gaat, recht onder de schedel
zat. Dat zou betekenen dat het Taung kind rechtop had gelopen. Ook was
het gebit van het kind mensachtig, met grote kiezen en kleine tanden.
![]() |
Lees meer over de
Australopitheken. |
Dart raakte er van overtuigd dat dit een voorouder moest zijn van de
mens: een hominide. Hij noemde de soort Australopithecus africanus,
Zuidelijke mensaap uit Afrika. Dart kon echter de andere antropologen er
niet van overtuigen dat het Taung kind een voorouder van de mens was.
Zijn enige medestander op dat moment was Robert Broom, een eigenzinnige
fossielenjager die op een dag Darts kantoor binnen stormde en, Dart
volledig negerend, op zijn knieën viel voor deze voorouder van de mens.
Broom zou er voor zorgen dat het Taung kind zijn rechtmatige plaats in
de geschiedenisboekjes kreeg. Hij vond een volwassen exemplaar van
dezelfde soort als het Taung kind.






