Met een datering van 100.000 jaar geleden voor locaties in Israël en een vermoedelijke bevolking van Australië zo rond 50.000 jaar geleden zou men verwachten dat er in de rest van Azië verschillende locaties moeten zijn met een tussenliggende datum. Niets is echter minder waar, de oudste Aziatische vondst is die uit de Niah grotten in Borneo die gedateerd zijn op ongeveer 40.000 jaar geleden en de fossielen van Batomba Lena, die waarschijnlijk 30.000 jaar oud zijn. Van een iets recentere datum zijn de drie vrouwelijke skeletten die werden gevonden in de leisteengroeves van Minatogawa op het Japanse eiland Okinawa, zij zijn ongeveer 18.000 jaar oud. In Zhoukoudian werden in de Upper Cave moderne fossielen gevonden van 12.000 jaar oud. De rest van de Aziatische fossielen, waaronder de Wadjak schedel, zijn waarschijnlijk jonger dan 10.000 jaar oud.
Het grote probleem met de Aziatische fossielen is de datering. Alle dateringen worden op niet-menselijke fossielen die in de buurt worden gevonden. Soms is het echter niet te zeggen of de nabij gevonden fossielen dezelfde leeftijd hebben als de menselijke fossielen. Zo is bijvoorbeeld de datering van het de Niah schedel controversieel, terwijl er aan de datering van de Liujiang fossielen zoveel haken en ogen zaten dat er op dit moment geen goede datering voor mogelijk is.
De problematische datering en de hiaten in het fossielenbestand
zorgt ervoor dat er van de bevolking van Azië door moderne
populaties nog geen goed beeld te vormen is.
![]() |




