Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
Oudste menselijke geval van TBC vastgesteld
december 2007

De mens heeft is al veel langer vatbaar voor tuberculose dan tot nu toe werd gedacht. Onderzoekers vonden sporen van de ziekte in een menselijk fossiel van ongeveer 500.000 jaar oud. Zij denken dat de vondst ons kan helpen om beter inzicht te krijgen in de invloed die klimaat, gezondheid en evolutie had op de migratiepatronen van deze oeroude mens. 

De sporen werden gevonden op de fossielen resten van een Homo erectus die in een een blok travertijngesteente werd gevonden uit een mijn nabij Kocabas in west Turkije. Kijkend naar de schedel denken de onderzoekers dat de resten behoren aan een man van tussen de 15 en 40 jaar oud, maar ze vonden ook nog wat anders.

“Er waren veel kleine lidtekens te zien aan de binnenkant van de schedel,” zei John Kappelman, een antropoloog aan de universiteit van Texas in Austin. “Deze lidtekens zijn kenmerkent voor een specifieke vorm van tuberculose die het hersenvlies aantast, oftwel de membranen die de hersenen omgeven”, aldus Kappelman.

Tijdens zo’n infectie veroorzaken onstoken delen van het hersenvlies druk op de schedel, waardoor dergelijke lidtekens ontstaan.

Vitaminen en huidskleur - De vondst laat ook zien dat vitamine D mogelijk een cruciale rol heeft gespeeld in de vroege menselijke migratie. Vitamine D wordt door de huid gesynthetiseerd bij contact met zonlicht. Aangezien ultraviolet licht alleen de toplaag van de huid penetreert produceren mensen met een donkere huid minder van deze vitamine, de huid filtert bij deze mensen het licht.

Eerdere onderzoeken wezen uit dat de mens waarschijnlijk een lichtere huid ontwikkelde tijdens de migratie naar het noorden, als een aanpassing bedoeld om hun vitamine D niveau op pijl te houden bij minder zonlicht. Vorige jaar ontdekten wetenschappers hoe vitamine D, geproduceerd door de huid, het immuunsysteem reguleert en een reactie veroorzaakt die de bacteriën dood die verantwoordelijk zijn voor tuberculose. Kappelman denkt dat deze theorie kan verklaren waarom de Kocabas man tuberculose kreeg maar ook nieuw licht kan werpen op de menselijke migratie.

“We ontdekten uit de medische literatuur dat [modern] mensen die van zuidelijke regionen – waarmee meer kans is dat zij een donkere huid hebben - verhuizen naar het noorden meer kan hebben op het oplopen van tuberculose, en dat lijkt verband te houden met een tekort aan vitamine D”, aldus Kappelman.

Nadat de, vermoedelijk donkere, Homo erectus naar het noorden migreerde, was de Kocabas mensen niet in staat om voldoende vitamine D te genereren door gebrek aan zonlicht, waardoor een tuberculose-infectie uiteindelijk hem fataal werd.

Evolutie - Spencer Wells, een medewerker van National Geographic die verder niet betrokken was bij het onderzoek zei dat de vondst aantoont dat tuberculose “al veel langer de menselijke lijn plaagt dan we tot nu toe aannamen”. Hij is er evenwel niet van overtuigd dat mensen met een donkere huid per definitie meer kans hebben op tuberculose. Bij hedendaagse migrantengemeenschappen komt tuberculose procentueel meer voor omdat ze meestal een lager sociaaleconomische status hebben en dichter op elkaar wonen, zei hij.

Daarnaast zijn er Homo erectus fossielen bekend van 1,8 miljoen jaar oud uit Georgië. “Vergeleken met dit Turkse exemplaar hadden de Georgische mensen 1,3 miljoen jaar om een lichtere huid te evolueren”. “Dat hadden ze zeker gedaan als dit voor een grote selectieve druk zorgde”.

Volgens Kappelman zou die aanpassing er wel zijn gekomen als de populatie zo noordelijk was blijven wonen, maar volgens hem is dat onwaarschijnlijk vanwege de zeer koude ijstijden die in die tijd voorkwamen.

“Wij denken dat er waarschijnlijk meerdere populaties van het zuiden naar het noorden migreerden, maar dat deze populaties werden gedwongen om terug te gaan naar het zuiden op momenten dat het klimaat op zijn extreemst was”, zei hij.

Colin Groves, een antropoloog aan de Australische Nationale universiteit in Canberra is het met hem eens: “Zij waren geen permanente bewoners, en hun reikwijdte kromp, tot ze weer terug waren in Afrika, op momenten dat enorme gletsjers Europa teisterden”.

Iedere keer dat het klimaat verbeterde migreerde een nieuwe populatie naar het noorden, waar zij zich opnieuw moesten aanpassen aan het klimaat, denkt Groves.
 


Dit artikel is gebaseerd op een artikel van: