Sommige experts denken dat de Neanderthalers over een relatief klein gebied zwierven, terwijl anderen zeggen dat ze veel mobieler waren, vooral tijdens de jacht. Tot nu toe hadden de experts alleen indirect bewijs, zoals stenen werktuigen, aldus Harvati. “Onze analyse is het eerste onderzoek dat bewijs brengt van een Neanderthaler fossiel zelf”.
De tand werd in 2002 gevonden, tijdens een opgraving in de zuidelijke kustregio van de Peleponesos. Het team van het Max Planck instituut analyseerde het tandemail voor ratio’s van een strontium isotoop. Strontium is een natuurlijk voorkomende metaalsoort in voedsel en water. De mate waarin dit metaal voorkomt varieert van gebied tot gebied.
Eleni Panagopoulou van het Paleoantropologie-Speleologie departement in Zuid-Griekenland zei dat het niveau van de in de tand aanwezige strontium aantoont dat deze Neanderthaler opgroeide op een plek die tenminste op 20 kilometer lag van waar hij stierf. “Onze vondst bewijst dat ... hun vestigingsnetwerk breder en beter georganiseerd was dan wij eerder dachten,” zei Panagopoulou.
Clive Finlayson, een expert op het gebied van de Neanderthalers en directeur van het Gibraltar museum, vindt de conclusie van het onderzoek helemaal niet bijzonder. “Het zou mij verbaasd hebben als Neanderthalers zich niet tenminste 20 kilometer in hun leven, of zelfs een jaar, verplaatsten ... We hebben het hier over mensen, niet over bomen”, aldus Finlayson.
Dit artikel is gebaseerd op een artikel van:



