De schatting komt overeen met eerdere DNA onderzoeken, waardoor we met redelijke zekerheid weten wanneer de laatste splitsing van onze soort plaatsvond en de Homo sapiens geboren was. De vraag is of deze eerste mensen ook anatomisch al op ons leken. Waarschijnlijk niet denkt de auteur van het onderzoek, Timothy Weaver, een antropoloog aan de universiteit van Californië in Davis (VS).
“Vroege fossielen uit onze lijn zijn erg verschillend van
latere,” aldus Weaver.
Snelle evolutie was mogelijk zelfs de reden voor de splitsing
met Neanderthalers, die waarschijnlijk begon als een genetische
scheiding veroorzaakt door willekeurige veranderingen van het
DNA. Toen de twee groepen uit elkaar gingen, zorgde de
verschillende leefomgevingen voor meer substantiële
veranderingen in lichaamsvorm en grootte als een reactie op de
verschillende behoefte.
Weaver maakte samen met zijn collega’s Charles Roseman en Chris Stringer een model om vast te stellen hoe lang het zou hebben geduurd voordat een genetische scheiding leidde tot de verschillen in schedelvorm die we zien tussen de mens en de Neanderthaler. Het model gebruikte eerder verkregen informatie over hoe microsatellieten, ook wel rest-DNA genoemd, kunnen veranderen of scheiden, in de loop van tijd, binnen een bepaalde soort. Na verloop van tijd kunnen de combinatie van zulke veranderingen leiden tot de evolutie van een hele nieuwe soort.
De onderzoekers pasten het model toe op 37 metingen van de schedelpan die genomen werden van 2.524 menselijke schedels en 20 schedels van Neanderthalers. Het resultaat daarvan werd deze week gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.
Nu wetenschappers een beter beeld hebben van het tijdstip waarop de Neanderthalers en de mens splitsten, kunnen zij beter onderzoek doen naar welke soort dan mogelijk onze laatste gemeenschappelijke voorouder was. Zij doen dit voornamelijk door bepaalde soorten uit te sluiten. Fossielen die van ver voor 400.000 jaar geleden worden gevonden, zoals de 800.000 jaar oude Atapuerca fossielen uit Spanje zijn gewoon te oud om de gemeenschappelijke voorouder te zijn.
“Ik steun de gedachte van een wijd verspreide voorouderlijke soort, Homo heidelbergensis”, zei Stringer, een paleontoloog van het Natuurhistorisch museum in Londen.
Neanderthal-achtige kenmerken begonnen zo’n 500.000 jaar geleden te ontstaan als afgeleide van de Homo heidelbergensis kenmerken. De “Heidelberg mens” was gespierd en had relatief grote hersenen. Hij was ook lang, een meter tachtig was niet ongewoon voor deze soort. Markeringen op beenderen tonen aan dat deze stevige mens jaagde op enorme prooidieren als mammoeten, neushoorns en olifanten. Sommige prooidieren wogen meer dan 750 kilo.
Stringer denkt dat aangezien de splitsing tussen Neanderthalers en de mens relatief vroeg plaatsvond, “we mogelijk de vroegste gevallen [aan de kant van de mens] moeten bestempelen als archaïsche sapiens”. Dat stelt wetenschappers in staat om het verschil aan te geven tussen fossielen vlak na de scheidingsdatum en latere, meer moderne fossielen die we in Afrika vinden van ongeveer 50.000 jaar oud.
Osbjorn Pearson, professor antropologie aan de universiteit van New Mexico in de Verenigde Staten, deed recent vergelijkbaar onderzoek op Neanderthalers en mensen. Hij is het volledig eens met de resultaten van het nieuwe onderzoek.
“Van hun onderzoek, maar ook dat van anderen, blijkt
duidelijk dat veel van de fysieke verschillen tussen de
menselijke schedels het gevolg zijn van willekeurige genetische
veranderingen die zorgen dat populaties over tijd uit elkaar
groeien”, denkt Pearson.
“Het geeft voldoening – en wellicht is het voor veel
antropologen verassend – dat de botten en genen het zelfde
verhaal vertellen”.
“De resultaten bevestigen nogmaals de conclusie dat het onwaarschijnlijk is dat de Neanderthalers … op substantiële wijze hebben bijgedragen aan de genenpoel van de moderne mens”.
Dit artikel is gebaseerd op een artikel van:




